🇳🇱 Flashwords

Perfect Tense with Zijn

Perfectum deel 2 — het perfectum met zijn

In deel 1 you saw that most verbs form the perfectum with hebben. This lesson covers deel 2: a fixed group of verbs that always take zijn as the auxiliary, plus verbs of movement from A to B that switch to zijn when a destination is mentioned.

Verbs that always take zijn

A fixed group of common verbs forms the perfectum with <strong>zijn</strong>, not hebben. Most express a <em>change of state</em> (worden, beginnen, stoppen, gebeuren, veranderen) or are simply learned as fixed exceptions (zijn, gaan, komen, blijven). Learn these as a set.

Practice: "gaan" — hebben or zijn?

Show answer

zijn — gaan always takes zijn: Wij zijn naar huis gegaan.

Practice: Complete: "Ik ___ gisteren naar Amsterdam geweest." (zijn, ik)

Show answer

ben — The verb zijn forms its perfectum with zijn. ik → ben: Ik ben naar Amsterdam geweest.

Change of state — begin, stop, happen, change

Verbs describing a <strong>change from one state to another</strong> take zijn: beginnen (to start), stoppen (to stop/quit), gebeuren (to happen), veranderen (to change), trouwen (to marry), slagen (to pass), zakken (to fail), stijgen (to rise), dalen (to fall).

Practice: Complete: "De les ___ om 9 uur begonnen." (beginnen)

Show answer

is — beginnen is a change of state → zijn. de les → is: De les is om 9 uur begonnen.

Practice: "gebeuren" — hebben or zijn?

Show answer

zijn — gebeuren always takes zijn: Er is een ongeluk gebeurd.

Movement A → B — hebben or zijn?

Verbs of movement (lopen, fietsen, zwemmen, rijden) take <strong>hebben</strong> when there is <em>no destination</em> — the focus is on the activity. They take <strong>zijn</strong> when the sentence names a <em>destination</em> (movement from A to B).

Practice: Complete: "Ik ___ 10 kilometer gelopen." (no destination)

Show answer

heb — No destination is named, so the focus is the activity → hebben: Ik heb 10 kilometer gelopen.

Practice: Complete: "Ik ___ naar het station gelopen." (destination)

Show answer

ben — A destination (het station) is named → zijn: Ik ben naar het station gelopen.

No extra ge- in the participle

Some of these verbs already <em>begin</em> with an unstressed prefix (be-, ge-, ont-, ver-), so they do <strong>not</strong> add another ge- in the past participle: beginnen → <strong>begonnen</strong>, gebeuren → <strong>gebeurd</strong>, veranderen → <strong>veranderd</strong>.

Practice: Past participle of "beginnen"?

Show answer

begonnen — beginnen already starts with be-, so no extra ge-: begonnen.

Practice: Past participle of "gebeuren"?

Show answer

gebeurd — gebeuren already begins with ge-, so the participle is just gebeurd.

Zijn-verbs at a glance

InfinitivePast participleAuxiliaryExampleExample
zijngeweestzijnIk ben in Amsterdam geweest.
I have been to Amsterdam.
gaangegaanzijnWij zijn naar huis gegaan.
We went home.
komengekomenzijnMila is naar Nederland gekomen.
Mila came to the Netherlands.
blijvengeblevenzijnWe zijn lang gebleven.
We stayed a long time.
wordengewordenzijnSimone is 25 jaar geworden.
Simone turned 25.
beginnenbegonnenzijnDe les is begonnen.
The lesson has started.
stoppengestoptzijnPeter is met zijn studie gestopt.
Peter quit his studies.
gebeurengebeurdzijnEr is een ongeluk gebeurd.
An accident happened.
veranderenveranderdzijnEr is veel veranderd.
A lot has changed.
trouwengetrouwdzijnZe zijn vorig jaar getrouwd.
They got married last year.
slagengeslaagdzijnIk ben voor mijn examen geslaagd.
I passed my exam.
zakkengezaktzijnVeel studenten zijn gezakt.
Many students failed.
stijgengestegenzijnHet aantal is met 10 procent gestegen.
The number rose by 10 percent.
dalengedaaldzijnHet aantal is met 5 procent gedaald.
The number fell by 5 percent.

Practice: Complete: "Mila ___ naar Nederland gekomen." (komen)

Show answer

is — komen takes zijn. Mila → is: Mila is naar Nederland gekomen.

Practice: Past participle of "worden"?

Show answer

geworden — worden is irregular. Past participle: geworden. Simone is 25 jaar geworden.

Practice the Perfect Tense with Zijn Quiz with the zijn-verbs and movement A → B

Practice Perfect Tense with Zijn for free

Flashwords uses flashcards, fill-in-the-blank quizzes, and listening exercises to make Dutch stick.

Start learning →